Persoonlijk & professioneel BTW Advies ‌‌ Inloggen klanten

 

Collectief vermogensbeheer; wat is toezicht?

Vrijstelling collectief vermogensbeheer; wat is toezicht?

 

Op grond van artikel 11, eerste lid, letter i ten derde van de Wet op de omzetbelasting 1968, is het beheren van ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens vrijgesteld van btw-heffing. Deze vrijstelling is gebaseerd op de vrijstelling van artikel 135, eerste lid, punt g van de Btw-richtlijn. Daarin wordt vrijgesteld “het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen, zoals omschreven door de lidstaten”. Er lijkt dus vrij veel ruimte voor de lidstaten te zitten in die omschrijving. Echter, vrijheid van interpretatie is een bron van problemen in de btw. Immers, als de uitleg van de ene lidstaat afwijkt van die van een andere, kan het voorkomen dat de ene lidstaat een beheer-activiteit vrijstelt van btw, terwijl een andere lidstaat diezelfde activiteit als belast ziet. Dat leidt tot concurrentievervalsing door btw-heffing. Een zeer ongewenste situatie natuurlijk!

Gelukkig wordt binnen de btw dan vaak een oplossing geboden door het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ). Zo ook op het punt van deze vrijstelling. In een aantal arresten heeft het HvJ de afgelopen jaren geprobeerd eenheid te scheppen in de uitleg van deze bepaling van de Btw-richtlijn en daarmee een algemene Europese lijn aan te geven voor deze bepaling. Uit met name de zaken Wheels Common Investment Fund (HvJ 7 maart 2013, nr. C424/11, ECLI:EU:C:2013:144), ATP (HvJ 13 maart 2014, nr. C-464/12, ECLI:EU:C:2014:139) en Fiscale Eenheid X (HvJ 9 december 2015, nr. C-595/13, ECLI:EU:C:2015:801) vallen de volgende vier voorwaarden af te leiden voor toepassing van de vrijstelling:

1. Het fonds moet worden gefinancierd door meer dan één deelnemer;

2. De inleg moet worden belegd volgens het beginsel van risicospreiding;

3. Het beleggingsrisico wordt gedragen door de deelnemers; en

4. Het fonds moet zijn onderworpen aan bijzonder overheidstoezicht.

Met name op dat laatste punt bestond onduidelijkheid. Wanneer is er sprake van bijzonder overheidstoezicht in Nederland? Er is in beginsel bijna altijd een vorm van toezicht door de overheid. Fiscaal of civiel. Maar dat is waarschijnlijk niet altijd te zien als “bijzonder” overheidstoezicht. Het zal dus moeten gaan om overheidstoezicht specifiek gericht op beleggingsfondsen.

Het HvJ heeft in bovengenoemde arresten wel altijd verwezen naar de icbe-richtlijn (Richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)) en bij de AIFM-richtlijn (Richtlijn nr. 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen). Maar hoe moeten we dat nu zien in het licht van de Nederlandse situatie? In de Wet op het financieel toezicht (Wft) worden bijvoorbeeld vrijstellingen verleend of een lichtere vorm van toezicht toegestaan. 

De staatssecretaris van Financiën heeft ter verduidelijking bij het besluit van 22 maart 2019 (nr. 2019-42405) zijn visie op dit bijzonder overheidstoezicht gegeven. Daarin geeft hij, wat mij betreft zeer positief, heel concreet aan wanneer in een aantal veel voorkomende situaties sprake is van “bijzonder overheidstoezicht”. Zo noemt hij bepaalde vergunningsplichten van fondsen en/of beheerders van die fondsen (2:65 en 2:69b Wft), bepaalde lichte vormen van toezicht (registratieplicht van 2:66a Wft), interne fondsen van verzekeraars en pensioenfondsen, bij naam. Die gevallen worden altijd aangemerkt als vallend onder bijzonder overheidstoezicht. In het genoemde besluit worden nog veel meer situaties beschreven en toegelicht. Ik verwijs daarvoor graag naar de heldere tekst van het besluit. Feit is in ieder geval dat – hoewel er ongetwijfeld nog discussies zullen ontstaan – de praktijk ontzettend geholpen is met de heldere en praktisch toepasbare standpunten over wat bijzonder overheidstoezicht is.

Dit artikel is gepubliceerd in BTWUpdate 2019, nr. 4. Rick Franke maakt sinds de start van dit periodiek (begin 2015) deel uit van de vaste schrijversstaf.

BTW - een ingewikkelde belasting?


Voor veel mensen is de BTW één van de lastigste belastingen.
Franke BTW Specialisten helpt u de BTW problematiek in uw organisatie te begrijpen en in hanteerbare en controleerbare processen onder te brengen. Via advies, onderzoek, training, hulp bij implementatietrajecten en/of andere vormen van ondersteuning helpt Franke BTW Specialisten u uw BTW organisatie te optimaliseren!

Contact

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  +31 (0) 2 28 75 39 73
  +31 (0) 6 46 08 18 76
Nijenburg 21, 1613 LB Grootebroek