Persoonlijk & professioneel BTW Advies ‌‌ Inloggen klanten

 

Btw aftrek berekening bij grensoverschrijdende entiteiten

  

Btw aftrek berekening bij grensoverschrijdende entiteiten

In zijn arrest van 24 januari 2019 (zaak C165/17; ECLI:EU:C:2019:58), heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) meer zicht gegeven op de aftrek van voorbelasting in situaties waarbij een hoofdhuis (Hoofdhuis) in de ene lidstaat en een vaste inrichting voor de btw (VI) in een andere lidstaat een verschil hebben in de omvang van hun aftrekrecht.

Het ging hier om een financiële instelling (Morgan Stanley) in het VK, met een VI in Frankrijk. Bij de VI kwamen kosten op, waarvoor de VI voorbelasting claimde. Dit omdat in Frankrijk was geopteerd voor btw-heffing op haar prestaties1 . Bepaalde kosten echter, zagen volledig of deels op de activiteiten van het Hoofdhuis. In het arrest legt het HvJ uit hoe hier mee omgegaan moet worden. Voor de achtergrond verwijs ik graag naar de tekst van het arrest. Maar om de uitspraak ook voor de praktijk duidelijk uit te leggen kan deze het beste in formules worden gevangen. De parameters in deze formules zijn:

Belaste omzet Hoofdhuis = HB

Vrijgestelde omzet Hoofdhuis = HV

Belaste omzet VI = VB

Vrijgestelde omzet VI = VV

Belaste omzet van het Hoofdhuis die ook belast zou zijn in de lidstaat van de VI=HBVB

(Alle omzet is exclusief btw. Daar waar geschreven wordt “Belaste omzet” wordt bedoeld; omzet die tot aftrek van btw leidt, en met “Vrijgestelde omzet” omzet die geen recht op aftrek van btw geeft.)

Voor zover het gaat om de btw op kosten die de VI maakt op kosten die alleen zien op de prestaties van het hoofdhuis, moet de pro-rata als volgt worden vastgesteld:

(VB + HBVB) / (HB + HV + VB + VV)

De facto dus de omzet van de hele entiteit , waartegen dan de daadwerkelijk belaste omzet van de hele entiteit wordt afgezet, maar waarbij de omzet van het Hoofdhuis nog wel een keer extra langs de lat van de aftrekbepalingen van de lidstaat van de VI wordt gelegd (Dit gaat op als de vennootschap bestaat uit alleen deze VI en het Hoofdhuis. Bij meerdere VI’s zou de omzet daarvan in beginsel niet mee moeten tellen. Behalve als de kosten ook op die VI’s zien, zo lijkt mij uit het arrest voort te vloeien.).

Op zich een heel logische benadering. Immers in het geval van Morgan Stanley, waarin de Fransen wel de keuze voor belastingheffing kennen voor de financiële prestaties en de Britten niet, zou het vreemd zijn als de entiteit extra btw-aftrek kon genereren door heel eenvoudig de kosten via de VI te laten lopen. En als deze formules in de omgekeerde situatie worden toegepast (waarbij de Franse activiteiten tot meer aftrek leiden dan de Britse en de kosten in het VK worden gemaakt) is de aftrek ook eerlijk. Immers, de aftrek wordt gebracht op het niveau dat in Frankrijk ook van toepassing zou zijn. 

Hoewel het arrest is gewezen voor een Frans/Britse situatie, zijn de door het Hof van Justitie gegeven regels en daarmee ook deze formules ook van belang voor de Nederlandse praktijk. Zoals reeds aangegeven, kent Nederland alleen niet de mogelijkheid om te opteren voor een btw –heffing op financiële prestaties.

Rick Franke

Dit artikel is gepubliceerd in BTWUpdate 2019, nr. 1. Rick Franke maakt sinds de start van dit periodiek (begin 2015) deel uit van de vaste schrijversstaf.

BTW - een ingewikkelde belasting?


Voor veel mensen is de BTW één van de lastigste belastingen.
Franke BTW Specialisten helpt u de BTW problematiek in uw organisatie te begrijpen en in hanteerbare en controleerbare processen onder te brengen. Via advies, onderzoek, training, hulp bij implementatietrajecten en/of andere vormen van ondersteuning helpt Franke BTW Specialisten u uw BTW organisatie te optimaliseren!

Contact

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  +31 (0) 2 28 75 39 73
  +31 (0) 6 46 08 18 76
Nijenburg 21, 1613 LB Grootebroek